Logo Nederlandse kankerregistratieLogo Nederlandse kankerregistratie layout image
 
Naar de cijfers
layout image      

Trends in kanker

Het aantal gevallen van kanker dat zich in Nederland voordoet is niet stabiel, maar verandert ieder jaar. Sommige vormen van kanker komen steeds minder voor, andere juist vaker. De omvang van de bevolking en met name het aantal ouderen heeft natuurlijk een belangrijke invloed op het aantal gevallen van kanker. Daarom wordt hier uitgegaan van het naar leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfer per 100.000 inwoners.
Dit betekent dat het aantal patiënten met een soort kanker waarvan het incidentiecijfer daalt, stabiel kan zijn of zelfs kan toenemen. Het omgekeerde zou zich de komende decennia kunnen voordoen bij zaadbalkanker: het incidentiecijfer vertoont een stijgende tendens, maar door afname van het aantal mannen tussen 20 en 45 jaar, zou het aantal patiënten kunnen dalen.


Borstkanker

De incidentie van borstkanker bij vrouwen is vooral in de eerste helft van de jaren '90 sterk gestegen. Dit werd veroorzaakt door de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar. De naar leeftijd gestandaardiseerde incidentie steeg van 97 per 100.000 vrouwen in 1989 naar 119 in 1994. Daarna was er een kleine daling van het incidentiecijfer van borstkanker. Toen vanaf 1999 ook vrouwen tussen de 70-75 jaar konden deelnemen aan het bevolkingsonderzoek was er opnieuw een stijging van het incidentiecijfer (123 per 100.000 vrouwen in 1999). In de jaren 2007-2015 schommelde de incidentie steeds rond de 130 per 100.000 vrouwen.
De toename sinds 1989 is ruim dertig procent. Afgezien van effecten van het bevolkingsonderzoek lijkt er een onderliggende stijgende tendens te zijn.


Darmkanker

De incidentie van darmkanker is tussen 1989 en 2013 met gemiddeld een procent per jaar gestegen, bij mannen iets sterker (1,5%) dan bij vrouwen (1%). Het is onduidelijk wat de oorzaak is van dit verschil tussen mannen en vrouwen.
Het jaar 2014 laat in Nederland een sterke toename zien. Dat jaar is men gestart met een gefaseerde invoering van het bevolkingsonderzoek. In de leeftijdsgroepen die in 2014 niet uitgenodigd werden, was er geen sprake van een toename. De toename kan daarom vrijwel volledig worden toegeschreven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek. Door geleidelijke implementatie van de darmkankerscreening, zien we ook in 2015 een toename in incidentie.

 

Huidkanker

Huidkanker komt steeds meer voor. Dit geldt voor alle vormen van huidkanker. In de periode 1989-2015 bedroeg de toename in incidentie van melanoom van de huid gemiddeld bijna 5 procent per jaar (mannen 6%, vrouwen 4%). Er zijn nog geen aanwijzingen dat deze stijging afneemt. Het is daarom waarschijnlijk dat de incidentie van melanomen de komende jaren verder zal toenemen.
De incidentie van de overige vormen van huidkanker (vooral plaveiselcelcarcinoom) nam vooral de laatste tien jaar zeer sterk toe met gemiddeld zeven procent per jaar. Geen enkele andere vorm van kanker is het afgelopen decennium zo snel toegenomen als huidkanker.
Basaalcelcarcinomen worden van oudsher alleen geregistreerd in de (IKNL-)regio Eindhoven.  


Longkanker

Bij mannen komt steeds minder vaak longkanker voor. In de periode 1989-2015 is het incidentiecijfer met ruim eenderde gedaald. Bij vrouwen lijkt aan de stijging van de longkankerincidentie nog geen einde gekomen. Tussen 1989 en 2015 is het incidentiecijfer meer dan verdubbeld en bedroeg de stijging 4% per jaar. Desondanks is het incidentiecijfer bij mannen nog steeds hoger dan bij vrouwen (in 2015 1,3 maal zo hoog tegen 6,5 maal zo hoog in 1989). Het verschil in 2015 tussen mannen en vrouwen is geheel toe te schrijven aan het verschil boven de leeftijd van zestig jaar. Onder de zestig is de incidentie van longkanker bij mannen en vrouwen vrijwel gelijk.
De daling bij mannen was in het laatste decennium van de vorige eeuw iets groter dan de stijging bij vrouwen, waardoor in totaal de longkankerincidentie in Nederland langzaam afnam. Na 2000 heffen de daling bij mannen en de stijging bij vrouwen elkaar op en is de totale incidentie ongeveer stabiel gebleven. De veranderingen in de incidentie van longkanker hangen vooral samen met veranderingen in het rookgedrag enkele decennia geleden. De convergentie van het rookgedrag van mannen en vrouwen uit zich nu in de convergentie van de longkankerincidentie bij mannen en vrouwen. Eventuele effecten van recente maatregelen tegen het roken, zoals het rookverbod in de horeca, zullen pas op langere termijn in de incidentiecijfers van longkanker tot uiting komen.


Prostaatkanker

Opvallend is de toename van het incidentiecijfer van prostaatkanker in het begin van de jaren negentig. De toename tussen 1989 en 1994 bedroeg ongeveer 40 procent. Daarna volgde een stabilisatie van het incidentiecijfer op een hoog niveau, maar er zijn sterke jaarlijkse fluctuaties. De tot nu hoogste incidentie werd gemeten in 2004 en 2011 (110 gevallen per 100.000 mannen).
Een en ander gaat samen met een daling van de gemiddelde leeftijd waarop de ziekte wordt vastgesteld. De stijging van de incidentie vond dan ook vooral plaats bij mannen onder de 75 jaar. Bij mannen van 75 jaar en ouder was er aanvankelijk ook een stijging van de incidentie, maar in de tweede helft van de jaren '90 werd deze gevolgd door een afname van de incidentie.
Al deze veranderingen worden in verband gebracht met het op steeds ruimere schaal toepassen van onderzoek naar de prostaatspecifieke merkstof 'prostaat specifiek antigeen' (PSA), waarmee vooral vroege stadia van prostaatkanker worden opgespoord. Er is dus waarschijnlijk nauwelijks sprake geweest van een reële stijging van de incidentie. 
Vanaf 2012 is er een daling zichtbaar en ook in het jaar 2015 zien we weer een wat lagere incidentie, hoewel deze wel iets hoger is dan in 2014


Andere vormen van kanker

Van de minder vaak voorkomende vormen van kanker neemt vooral van zaadbalkanker (4% per jaar) de incidentie toe. Vooral de toename van zaadbalkanker is opvallend. Over de oorzaak van deze toename is weinig bekend. Door de uitstekende behandelresultaten is er echter geen stijging opgetreden in de sterfte ten gevolge van zaadbalkanker.
Bij kanker van slokdarm/cardia, mond- en keelholte, lever en schildklier en bij mesothelioom, nam het incidentiecijfer toe met een tot twee procent per jaar.
Er is een daling opgetreden van de incidentie van kanker van de lip (2% per jaar), maag (ruim 3%), strottenhoofd (alleen mannen: 2,5%), vagina (1%) en eierstok (2%). Parallel hieraan nam in 2013 ook de sterfte ten gevolge van deze aandoeningen af.
Aan de daling van de incidentie van baarmoederhalskanker lijkt een einde gekomen. Tussen 1989 en 2003 was er een daling van bijna eenderde (van 9,1 naar 6,5 per 100.000 vrouwen), maar daarna was er weer een stijging tot ongeveer 8 per 100.000 vrouwen in de periode 2007-2015. Ook aan de daling van de incidentie van galblaaskanker is een einde gekomen. Tussen 1989 en 2001 was er een ruime halvering van de incidentie, maar sindsdien is de incidentie weer licht gestegen.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Selecteer indicator